Blog 06: Goede voornemens – zin of onzin?

Momenteel lees ik een boek van Gretchen Rubin: Better than Before. Ze doet onderzoek naar de kracht en het veranderen van gewoonten. Het onderwerp van dit boek spreekt mij zo aan omdat een groot deel van ons leven uit gewoontes bestaat. Maar liefst 40% van je dag bestaat uit automatische handelingen. Hoe meer deze handelingen bijdragen aan een gezonde leefstijl, hoe makkelijker een leefstijlverandering wordt. Omdat je niet bewust over gewoontes hoeft na te denken, kost het ook relatief weinig moeite of wilskracht om ze vol te houden. Alleen het bewust worden van je gewoontes en het veranderen er van moet actief gebeuren.

Lezen

Als leefstijlcoach merk ik dat verschillende strategieën om gewoontes te veranderen niet zomaar voor iedereen werken. Nu de jaarwisseling er aan komt zijn de goede voornemens weer een hot item. Er wordt door verschillende mensen heel verschillend gereageerd op het maken van goede voornemens. En zo rond de laatste maandag van januari (blue Monday) verschijnen ieder jaar artikelen in kranten en bladen over het grote percentage van mensen waarbij het “weer niet gelukt is om de goede voornemens vast te houden”. Tijdens het lezen van Better than Before vielen er bij mij een aantal kwartjes (zeg maar gerust brokstukken). Ik snapte mezelf ineens beter én ik kreeg meer begrip voor zowel de de voor- als de tegenstanders van goede voornemens. Dit is wat ik geleerd heb:

In haar zoektocht naar een model om te verklaren hoe verschillende mensen anders reageren op het veranderen van gewoontes, stelde Gretchen Rubin een sleutel vraag: Hoe reageren mensen op verwachtingen? We hebben in het dagelijks leven te maken met externe verwachtingen en interne verwachtingen. Externe vewachtingen zijn bijvoorbeeld een deadline op het werk, gedrag in het verkeer en algemeen geldende normen en waarden. Interne verwachtingen ontstaan wanneer je een bepaalde gewoonte wil veranderen, bijvoorbeeld stoppen met roken, gezonder eten en drinken, meer bewegen en ook de goede voornemens voor het nieuwe jaar. Dit geeft 4 groepen mensen. Rubin noemt dit de Four Tendencies ofwel de vier neigingen.

  • Upholders of handhavers reageren goed op zowel externe als interne verwachtingen. Handhavers hebben weinig moeite met regels, verwachtingen en deadlines. Ze stellen nooit iemand teleur, inclusief zichzelf. Vaak kunnen handhavers makkelijk “nee” zeggen als ze een doel voor ogen hebben. Ook als dit een persoonlijk doel is. Als verwachtingen of regels onduidelijk zijn of gebroken worden dan worden ze onrustig. Handhavers kunnen relatief makkelijk nieuwe gewoonten ontwikkelen en zich houden aan goede voornemens.
  • Questioners of vragers zetten vraagtekens bij alle verwachtingen en voldoen er alleen aan als ze er het nut van inzien. Vaak reageren zij dus minder goed op externe verwachtingen en beter op interne verwachtingen. Vragers worden gemotiveerd door reden, logica en eerlijkheid. Ze hebben een hekel aan regels die er zijn omdat er regels horen te zijn. Eigenlijk maken ze van alle externe verwachtingen interne verwachtingen door zich af te vragen wat de zin er van is. Wanneer een goed voornemen dus uit een vrager zelf komt, dan komt wel goed. Maar wanneer een goed voornemen uit een vriendengroep komt of vanuit het werk wordt opgelegd, dan is het nut en de meerwaarde voor de vrager de doorslaggevende factor. De meerwaarde van de jaarwisseling als startdatum ziet een vrager in ieder geval niet.
  • Obligers of verplichters reageren sterk op externe vewachtingen en hebben moeite om op de lange duur te voldoen aan interne verwachtingen. Omdat verplichters een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben werken ze hard aan deadlines en zijn ze gewaardeerde collega’s, familieleden en vrienden. Omdat verplichters weerstand voelen bij interne verwachtingen is het moeilijk om zichzelf te motiveren. Ze hebben een gevoel van verantwoordelijkheid nodig. Een verplichter doet het goed als rolmodel voor anderen of als onderdeel van een groepje of een uitdaging. Goede voornemens werken voor verplichters alleen als ze de nieuwe gewoonten publiekelijk bekend maken en een vorm van het aangaan van een verplichting.
  • Rebellen schoppen tegen alle verwachtingen aan, zowel intern als extern. Rebellen werken aan hun eigen doelen, op hun eigen manier en precies niet zoals het van ze gevraagd wordt. Ze zijn er niet gevoelig voor als er op ze gerekend wordt, als de familie er iets van zal vinden, als er een deadline niet gehaald wordt of als er wat regels worden gebroken. Rebellen worden dan ook onrustig van gewoonten. Ze vinden vrijheid in de mogelijkheid om keuzes te maken. Ze zullen nooit goede voornemens voor het nieuwe jaar maken. Ze houden niet van regels, in wat voor context dan ook.

In het boek geeft Rubin hele grappige en herkenbare voorbeelden. Ik herken mensen in mijn omgeving uit alle vier de groepen. Eerst dacht ik dat ik een handhaver was maar dat klopt toch niet helemaal. Ik heb het niet met alle doelen even makkelijk. Ineens snapte ik het, ik ben een verplichter! Daarom hou ik me zo goed aan mijn sportregime: ik doe dat samen met mijn vriend. Daarom ben ik zo goed met mijn gezonde leefstijl bezig: voor mijn bedrijf voel ik me een soort rolmodel. En daarom heb ik online mijn commitment gemaakt om een jaar lang wekelijks een blog te schrijven. Ik heb de externe motivatie nodig!

Misschien herken je jezelf wel in een van de beschrijvingen. Misschien verklaart dat voor jou ook wel een hele boel. Als het je nog niet helemaal duidelijk is in welke groep je valt, dan kan je jezelf hier testen. Ik zou het leuk vinden als je jouw uitslag met me deelt!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *